Terug naar Kennisbank

Publieke sector staat onder druk

Gepubliceerd op 2020-06-27

Dit is onderdeel van de RMU-nota Arbeidsvoorwaardenbeleid 2020.

De publieke sector kampt met forse personeelstekorten en een hoge werkdruk. In dit hoofdstuk wordt een schets gegeven van de hoofdoorzaken van deze werkdruk en worden een aantal oplossingsrichtingen aangewezen.

De Nationale enquête arbeidsomstandigheden 2018 (NEA 2018) laat zien dat veel werknemers in de zorg en het onderwijs een hoge werkdruk ervaren. Gemiddeld is dit voor het onderwijs 44,3% en in de zorg 44% van de respondenten die aangeven vaak of altijd werkdruk te ervaren. [1] Op de vraag of er Arbo-maatregelen nodig zijn om werkdruk te verminderen geven in de zorg en in het onderwijs respectievelijk 51% en 45,3% van de medewerkers aan dat maatregelen nodig zijn, en dat de reeds genomen maatregelen nog niet voldoende zijn. [2] Op de vraag naar de belangrijkste oorzaak van ziekteverzuim, staan zowel in het onderwijs als in de zorg werkdruk en werkstress op de eerste plaats. In cijfers: 51,6% in het onderwijs en 33,6 in de zorg. Deze uitkomsten laten zien dat werkdruk in deze sectoren een groot probleem is geworden.

Algemeen

In de loop van 2018 is er vanuit de overheid extra geld beschikbaar gesteld om de werkdrukproblematiek aan te pakken in het onderwijs. En met succes: de minister stelde 237 miljoen euro beschikbaar, dat komt neer op 155 euro per leerling. Acht op de tien schoolbesturen geeft aan dat het hiermee de op school uitgedachte plannen om de werkdruk  te verlichten heeft kunnen uitvoeren. [3] In de oplossingen die worden genoemd om werkdruk te verlichten komt één duidelijke lijn naar voren: meer mensen voor de klas. Dit is ook één van de oplossingen die door de leden van de RMU zijn aangedragen in het onderzoek naar werkdruk onder leden van de RMU.[4]

In de zorg is er volgens de verpleegkundigen nog geen werkdrukverlichting gerealiseerd. In een enquête van V&VN geeft slechts 3% van de verpleegkundigen aan dat de werkdruk in 2019 is verminderd. Bij 69% is de toch al hoge werkdruk in het afgelopen jaar juist toegenomen. Volgens 50 procent van alle respondenten komt dit door de personeelstekorten. De overige 20% voert andere oorzaken aan voor de toename van de werkdruk, zoals bijvoorbeeld een groeiende administratielast, haperende ICT, de inzet van nog niet bekwame collega’s, een groeiende complexiteit van zorg en een hoog ziekteverzuim. [5]

Personeelstekorten

Een algemene onderliggend probleem gerelateerd aan werkdruk in het onderwijs en de zorg, is het gegeven van de grote personeelstekorten.

In het onderwijs is het tekort aan personeel reeds lang bekend. In september 2007 werd een rapport door de commissie Rinnooy Kan gepubliceerd over de aanstaande personeelstekorten. De openingszin is treffend: “Nederland staat aan de vooravond van een dramatisch kwantitatief tekort aan kwalitatief goede leraren”.[6] 12 jaar later zijn deze onheilspellende woorden uitgekomen en zijn personeelstekorten aan de orde van de dag. Dit is bijvoorbeeld terug te zien in maatregelen die scholen moeten treffen om in onderwijs te voorzien, zoals een 4-daagse lesweek, het naar huis sturen van kinderen, het samenvoegen van klassen of onbevoegden voor de klas zetten. [7] Ook zijn grote zorgen waar te nemen over de kwaliteit van onderwijs.[8] Een getal over de hoeveelheid leraren die de sector tekort gaat komen is lastig te geven vanwege de grote schommelingen. Voor het schooljaar 2019-2020 werd er na de zomervakantie in het primair onderwijs een tekort van 1400 docenten verwacht[9]. De PO-raad geeft aan dat als er niets gedaan wordt in  het primair onderwijs in 2022 een tekort dreigt van 4.100 voltijds leraren en schoolleiders. Dit tekort kan oplopen tot 11.000 voltijdsbanen in 2027.[10] Gezien deze omstandigheden worden er door de overheid diverse maatregelen genomen om de personeelstekorten aan te pakken, zoals het halveren van het collegegeld voor de eerste 2 jaar van de lerarenopleiding, het uitbreiden van de zij-instroomregeling of het inzetten van de ‘stille reserve’.[11]

In de zorg was het aankomend tekort van verpleegkundigen ook voorzien. In 2007 werd al aangeven dat er in 2012 een tekort zou zijn aan gekwalificeerd niveau 4 en 5.[12] In 2019 zijn deze zorgen niet verminderd. Het tekort aan zorgpersoneel in cijfers wordt in 2022 ingeschat op 80.000 zorgmedewerkers.[13]  Om aan het totaal benodigde zorgpersoneel te komen, was het nodig dat  1 op de 5 schoolverlaters een opleiding in de zorg zou gaan volgen.[14] Als pleister op deze wond wordt nu gewerkt met wachtlijsten en worden afdelingen voor spoedeisende hulp in het weekend en ’s avonds gesloten. In de zomermaanden worden zelfs gehele afdelingen in ziekenhuizen gesloten.[15] Met het oog op deze omstandigheden worden ook in de zorg diverse maatregelen genomen om de personeelstekorten aan de pakken. Te denken valt aan zijinstromers vanuit de bijstand, het stimuleren van stageplaatsen, het aanbieden van meer zekerheid (lees: gegarandeerde uren) in het contract en de stimuleren van herintreden in de zorg.[16] Ondanks de gigantische tekorten lijkt deze aanpak zijn vruchten af te werpen:  waar voorheen gesproken werd over een tekort van 130.000 mensen, zijn er nu hoopgevende berichten over ‘slechts’ 55.000 mensen tekort.[17]

Ziekteverzuim

Een ander veelvoorkomend probleem in de zorg en het onderwijs is het hoge ziekteverzuim.

In het onderwijs ligt het ziekteverzuim in het tweede kwartaal van 2019 hoger dan het landelijk gemiddelde van 4,3%, namelijk 5,1%[18]. Kenmerkend is dat het ziekteverzuimpercentage onder het onderwijzend personeel in het basisonderwijs is van 2017 op 2018 vrijwel stabiel gebleven, terwijl het bij voortgezet en speciaal onderwijs licht is gestegen.[19] Daarmee komen deze twee groepen steeds dichter bij elkaar. Uit het onderzoek van DUO blijkt verder dat er in alle sectoren van het onderwijs er sprake is van een lichte stijging. Waar het voortgezet onderwijs in 2018 het laagste ziekteverzuimpercentage kende, kende het wel het hoogste aantal meldingen van ziekteverzuim. VO-leraren zijn vaker maar korter ziek dan PO-leraren. De meldingsfrequentie voor het overig verzuim is van 2017 op 2018 in zowel het basisonderwijs als ook in het speciaal onderwijs gelijk gebleven. Het nul(ziekte)verzuim onder het onderwijzend personeel is in alle sectoren van 2017 op 2018 gedaald. Het deel van het onderwijzend personeel dat zich in een jaar niet heeft ziek gemeld is in 2018 in het basisonderwijs het hoogst en in het voortgezet onderwijs het laagst (resp. 48 en 34 procent). [20] Het hoge ziekteverzuim doet geen goed aan de werkdrukproblematiek in het onderwijs.

Ook in de zorg ligt het ziekteverzuim in het tweede kwartaal van 2019 hoger dan het landelijk gemiddelde van 4,3%, namelijk 5,7%.[21] In de afgelopen 5 jaar is er een constante stijgende lijn te zien wat betreft ziekteverzuim in de zorg. [22] De hoge werkdruk in de zorg veroorzaakt stress, wat kan leiden tot ziekteverzuim. Dit is één van de redenen waarom veel zorgpersoneel de sector verlaat. Het percentage mensen dat vertrok, is gestegen van 14,2 in 2017 naar 15,7 in 2018 volgens de Barometer Nederlandse Gezondheidszorg 2019. Dit probleem speelt vooral in de geestelijke gezondheidszorg, de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg.[23]

Regeldruk

Een ander aspect van werkdruk vinden we terug in regeldruk bij medewerkers in de zorg en het onderwijs. Denk hierbij aan het nauwkeurig registreren van ontwikkelingen van cliënten en leerlingen. Deze registraties zijn vaak verplicht voor de zorgverzekeraars of de inspectie.

In de van oudsher strak gereguleerde sector onderwijs is regeldruk een bekend fenomeen. In de wet staat aan welke minimale eisen wat betreft onderwijskwaliteit, kwaliteitszorg en financieel beheer een school ten minste moet voldoen. Dat noemen we de basiskwaliteit. Daarnaast kan de school nog extra ambities opnemen in het schoolplan. Leraren weten echter vaak niet goed wat de wet- en regelgeving precies voorschrijft, waardoor ze te veel papierwerk doen.[24] Om deregulering in het onderwijs vorm te geven heeft de overheid de brochure: “Ruimte in regels” uitgegeven.[25] De brochure geeft het onderwijs meer inzicht in de regels die minimaal nageleefd moeten worden, en waar ruimte zit om regeldruk te verminderen.

In de zorg is volgens de werkgevers de regeldruk de grootste oorzaak van hoge werkdruk. Dat blijkt uit onderzoek van het CBS.[26] Een relatief grote groep werknemers in de zorg en welzijn (tussen de 33 en 53%) ervaart een hoge tot zeer hoge werkdruk. Meer dan de helft van de werknemers in de sector onderschrijft de stelling ‘Ik heb het gevoel dat ik tijd tekortkom’. Begin 2019 heeft de overheid samen met de zorgsector het actieplan ‘(Ont)regel de zorg’ gepresenteerd. In dit plan zijn diverse maatregelen genomen om de regeldruk in de zorg te verminderen. Denk hierbij aan het schrappen van de 5 minuten registratie in de wijkverpleging. [27]

De oplossing(en) in het onderwijs

In het voorjaar van 2019 heeft de RMU onder al haar leden in de sector onderwijs een enquête uitgezet met daarin de vraag om mee te denken over mogelijke oplossingen om werkdruk in het onderwijs aan te pakken. De uitkomsten zijn nog steeds relevant. Meer onderwijsassistenten, kleinere klassen, meer salaris, minder administratieve rompslomp, vaste werktijden, minder overhead, minder commissies, minder uren voor de klas: de diversiteit aan oplossingen liep zeer uiteen. De vraag welke oplossingen de leraren zelf zien, levert diverse interessante mogelijkheden richting te geven aan oplossingen voor werkdrukverlichting.

Een van de genoemde praktische oplossingen betreft het inroosteren van vaste werktijden voor leraren van 08.00-17.00. Voorbereiding, lesgeven, commissies, vergaderingen, toetsen maken en nakijken kunnen dan op school binnen een vastgesteld urenpakket plaatsvinden. Op die manier kan thuiswerken tot een minimum worden beperkt en is de leraar niet ‘verplicht’ om werk mee naar huis te nemen.

De vraag die verder wordt opgeworpen in de reacties van de peiling is hoeveel leerlingen er nu eigenlijk in een klas moeten zitten. Duidelijk is dat 30 leerlingen te veel is. Velen wijzen op het gemiddelde aantal leerlingen per klas voor het basisonderwijs in Europa. In Nederland ligt dit gemiddelde (23) stukken hoger dan het Europese gemiddelde (20). Leden van de RMU zien graag dat er een landelijke norm komt om verschillen tussen scholen onderling en intern te beperken. Verder zien velen een oplossing in het verminderen van het aantal lesuren. 

Een volgend probleem dat veel leraren beschrijven is de “hordeloop” om een leerling vanuit het regulier onderwijs naar speciaal onderwijs over te plaatsen. Een route die voor zowel regulier als bijzonder onderwijs als werkdrukverhogend werkt. Voor deze leerlingen wordt eerst in het regulier onderwijs naar passend onderwijs gezocht, wat flink extra werk (en dus werkdruk) voor de leraar oplevert. Bij het speciaal onderwijs wordt daarnaast werkdruk ervaren omdat deze leerlingen veelal te laat instromen en daarom de problematiek vaak ernstiger is of moeilijker aan te pakken. Inspraak van ouders op deze route richting het speciaal onderwijs is goed, maar de school moet het eindoordeel kunnen geven. In de praktijk ligt dat vaak anders, en verlopen dergelijke trajecten moeizaam. De oplossing die wordt aangedragen is leerlingen waar mogelijk veel eerder te laten instromen in het speciaal onderwijs om hen daar te helpen in hun ontwikkeling.

Verder wordt meer inzet van onderwijsassistenten genoemd als mogelijke oplossing. Veel leraren uit de achterban stellen voor om iedere klas te ondersteunen met 1 onderwijsassistent. Die kan veel “handwerk” verrichten en daarmee de leraar ontlasten. Er wordt zelfs geopperd om bepaalde begeleidende functies af te schaffen en het vrijgekomen geld in te zetten voor extra onderwijsassistenten. Leden van de RMU roepen tevens op om financieringsstromen goed in kaart te brengen en helder te verantwoorden richting personeel en bestuur. Veel geld dat vanuit de overheid is bedoeld om de werkdruk aan te pakken wordt naar hun mening niet altijd voor dat doel gebruikt.

Een ander oplossingsrichting: een intensiever gebruik van ICT in de klas. Bepaalde vakken zoals rekenen en verkeer kunnen door middel van de technologie worden getoetst. Door het systeem het nakijkwerk te laten verrichten kan de docent meer tijd besteden aan uitleg en persoonlijke begeleiding van leerlingen. Verder valt er ook te denken aan de mogelijkheid om meer uren/dagen te werken.[28]

De oplossingen voor de zorg

In de zorg kunnen de nodige problemen worden opgelost door het beroep aantrekkelijker te maken. In een peiling van V&VN eind 2017 blijkt dat een beroep in de zorg voor velen onaantrekkelijk is, alleen al door het lage salaris, de opgeknipte diensten en de contracten met te weinig uren om in het levensonderhoud te voorzien. [29]

Eind 2018 was de deeltijdfactor in de zorg en welzijnssector 68%.[30] Gezien de personeelstekorten zouden organisaties moeten onderzoeken welke mogelijkheden werknemers hebben om meer uren te werken. Vaak zijn werknemers hiertoe wel bereid, maar moet dit niet ten koste gaan van bijvoorbeeld een vrije dag. Meer werken is voor veel mensen geen probleem, meer dagen werken wel. Op dit moment gebeurt dit al vaak door het werken van meeruren. Door structurele afspraken te maken over deze uren bestaan mogelijkheden om personeelstekorten en werkdruk aan te pakken.

Het is in het licht van regeldruk ook goed om te onderzoeken welke regels verplicht zijn vanuit wet- en regelgeving, en welke regels voortvloeien uit interne regelingen. Interne “schrapsessies” bij teams van zorginstellingen laten vaak een wirwar aan regelingen zien zonder dat achter deze regels een verplichting vanuit een hogere instantie zit. In dit licht is het snappen of schrappen, een effectief middel om overtollige regeldruk de das om te doen. [31]

Meer “autonomie” wordt door velen gezien als de tegenhanger van werkdruk. Hoe meer werkdruk er ervaren wordt, hoe beter het is om meer autonomie in het werk te hebben. Denk hierbij aan het meer zelfstandig invullen van de werkzaamheden, de mogelijkheden om zelf het rooster vast te stellen etc. [32]  Veel zorginstellingen hebben als missie: “De cliënt centraal”. Dit is alleen mogelijk als de medewerker zich daarin ook gehoord voelt. Door het invullen van de werkzaamheden anders te organiseren en daarbij gebruik te maken van de professionele ruimte van de werknemer kan werkdruk beter worden gecompenseerd.

De mogelijkheden voor de publieke sector

Naast bovengenoemde oplossingen specifiek voor de zorg of het onderwijs zijn er ook mogelijkheden die sectoroverstijgend kunnen werken. De hoge ziekteverzuimpercentages zijn in de publieke sector voor de RMU een punt van zorg. Het is belangrijk dat er vanuit de werkgever preventief oog is voor de welstand en het welzijn van medewerkers. Voorkomen is immers altijd beter dan genezen. En in die situaties waarin er geen andere mogelijkheid rest dan de gang naar de bedrijfsarts blijft het belangrijk dat persoonlijke begeleiding van de zieke werknemer door leidinggevende centraal staat. De ervaring leert dat persoonlijke begeleiding vanuit de bedrijfsarts en de werkgever resulteert in een betere begeleiding tijdens de ziekteperiode. Een docent die uitvalt namens de klas een kaart sturen is in het eerste ziektejaar geen probleem. Is er echter ook na die tijd, waarin je elkaar steeds minder ziet, nog wel oog voor de terugkeer (re-integratie) van de werknemer? Datzelfde geldt voor zorgmedewerkers, bij arbeidsongeschiktheid worden deze medewerkers vaak uit het oog verloren. Door niet meer betrokken te worden bij ontwikkelingen op de werkvloer neemt de druk om te re-integreren alleen maar toe. Datzelfde ziet op de persoonlijke begeleiding vanuit de bedrijfsarts. Is dit iedere keer dezelfde behandelaar of wisselt dit met de dag? Effectief is het eerste, destructief het laatste.

Conclusie

Een belangrijk keerpunt in de achterliggende jaren is dat er met de zorg en het onderwijs gesproken wordt. In het verleden is dikwijls gesproken over deze beroepsgroepen zonder daarbij goed de achterban te raadplegen. Denk hierbij aan de commotie die is ontstaan rondom Wet BIG 2. Daarom roept de RMU op om medewerkers persoonlijk te ondervragen op en begeleiden in werkdruk. Niet iedereen heeft namelijk problemen met werkdruk, en juist van die mensen kan de sector leren. Het positieve denken over werken in de publieke sector mag weer eens de boventoon gaan voeren.


Bronnen:

Volg ons op Instagram voor inspiratie tijdens je koffiepauze.

Volg ons: rmu.nu