Terug naar Kennisbank

Verbeter balans tussen werk & gezin

Gepubliceerd op 2020-06-27

Dit is onderdeel van de RMU-nota Arbeidsvoorwaardenbeleid 2020.

De waarde van het gezin stijgt boven al onze economische modellen uit. En toch staat het gezin onder druk, juist door economische belangen. Hoe kunnen we gezin en werk op een natuurlijke, Bijbelse manier in balans brengen? Belangrijk is dat gezinnen de ruimte krijgen om bewust te kiezen. Ouders hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Zowel naar elkaar toe als naar hun kinderen. Daarnaast is er de verantwoordelijkheid voor het dagelijks brood. Het is aan ouders om hierbij de tijdgeest van materialisme en individualisme te weerstaan en tot wijze afwegingen te komen. Gezin en werk zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor beide ouders.

Vroeger

Vroeger woonde het gezin daar waar het werk was. Op de boerderij, in de winkel, bij de werkplaats. Het was vanzelfsprekend dat ook vrouw en kinderen hun bijdrage leverden. Net als inwonende grootouders en andere familieleden. Iedereen was betrokken bij het levensonderhoud. Arbeid, gezin en onderlinge zorg waren nauw aan elkaar verbonden. Dat zal niet alleen te maken hebben gehad met de solidariteitsgedachte die door het christendom wijd was verspreid, maar ook door het gegeven dat mensen simpelweg meer op elkaar waren aangewezen.

In de loop van vele eeuwen is dat steeds verder uit elkaar gegroeid. We wonen in veel gevallen niet meer waar we werken. De werkgever krijgt officieel 36 of 40 uur in de week (wanneer je fulltime werkt), de rest van onze tijd is privé. Hierdoor is het verband, de logische samenhang tussen gezin en werk vaak losgeraakt.

Het gezin staat tegenwoordig stevig onder druk. Toch zijn aanvallen op het gezin niets nieuws. De Griekse filosoof Plato leefde 400 jaar voor Christus. Hij wilde voor zijn ideale samenleving al het gezin helemaal afschaffen. Daar staat gelukkig een eeuwenoude Joods-christelijke traditie tegenover, waar het gezin juist in hoog aanzien staat. Juist het gezin is de plaats waar kinderen leren hoe zij liefde kunnen geven en ontvangen. Het gezin staat daarom terecht in hoog aanzien en wordt daarom niet voor niets de ‘hoeksteen van de samenleving’ genoemd. Dit beeld legt vooral de nadruk op het onveranderlijke karakter van het gezin. De huidige samenleving kenmerkt zich daarentegen door voortdurende beweging en ontwikkeling. Het is daarom goed om ook één van de oorspronkelijke betekenissen van het woord ‘gezin’ te benoemen: een reisgezelschap, waarvan de leden, ouders en kinderen, ‘ieder naar zijn eigen aard en samen met elkaar’ op pelgrimsreis zijn over deze aarde.

Nu

Wat onder de definitie van gezin wordt verstaan, is de laatste decennia ingrijpend verbreed. Tegenwoordig wordt gesproken van een leefverband van één of meer volwassenen die verantwoordelijkheid dragen voor de verzorging of opvoeding van één of meer kinderen. Deze definitie benadrukt dat het opvoeden van kinderen de belangrijkste functie is van het gezin.

Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) omschrijft een gezin als een huishouden van een ouder(paar) met kinderen.

Nederland heeft bijna 8 miljoen huishoudens, waarvan de meeste (4,8 miljoen – 61 procent) uit meerdere personen en een minderheid (bijna 3 miljoen – 38 procent) uit één persoon bestaat. Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt veel sneller toe dan het aantal meerpersoonshuishoudens. Van de huishoudens met meerdere personen zijn er 2,6 miljoen met kinderen (ook wel: gezinnen) en de overige zonder kinderen.

Het aantal gezinnen neemt licht toe. Daarvan heeft verreweg de meeste 1 of 2 minderjarige, thuiswonende kinderen (1,2 miljoen – 84 procent). Daarnaast zijn er 409 duizend gezinnen met 3 of meer kinderen (16 procent), maar dat komt steeds minder vaak voor.

De meeste gezinnen (61 procent) bestaan uit een gehuwd ouderpaar met kinderen, maar dit aantal neemt wel af. Het aantal ongehuwde ouders met kinderen (17 procent) neemt juist toe, evenals het aantal eenoudergezinnen (22 procent).

Hoewel mannen nog altijd vaker een betaalde baan hebben dan vrouwen (85 procent tegenover 73 procent), behoort Nederland tot de Europese top-7 als het gaat om het aantal vrouwen met een betaalde baan. Tegelijkertijd werken veel vrouwen in deeltijd en werken ze gemiddeld in uren juist weinig in vergelijking met andere EU-landen.

Als we kijken naar de verdeling van zorg en werk in een gezin, dan zien we dat vrouwen (naast een deeltijdbaan) meer tijd besteden aan het huishouden en de zorg voor kinderen dan mannen. Maar dit voldoet niet aan de wens zoals echtparen het zelf zouden willen: bijna de helft van de Nederlandse ouders ziet liever een gelijke verdeling van zorg en werk. Opvallend is dat Nederlandse mannen in vergelijking met andere EU-landen overigens al veel vaker verantwoordelijkheid nemen voor het huishouden en de zorg voor kinderen.

Een opmerkelijke trend is dat vrouwen met jonge kinderen weer vaker en meer uren betaald aan het werk gaan. Ze schroeven hun aantal uren werk minder snel terug dan voorgaande generaties. Steeds meer ouders brengen hun kinderen naar de kinderopvang. Opvallend is dat veel ouders kinderopvang eigenlijk niet goed vinden voor hun kind, vooral in de babyfase doen zij het liever niet.   

Gezin en familie zijn voor veel mensen belangrijk. Bij het ouder worden, en als zorgvragen toenemen, blijkt het geven van hulp en steun echter niet altijd vanzelfsprekend. Van kinderen die hun ouders nog hebben, geeft zo'n 40 procent hulp aan hen. Andersom ondersteunt ruim de helft van de ouders hun volwassen kinderen. Bijvoorbeeld bij de opvang en verzorging van kleinkinderen. Religie blijkt een sterke rol te spelen bij dit soort familiesolidariteit. De opvatting dat ouders hun kinderen moeten helpen en andersom, heerst doorgaans sterker onder gelovigen dan onder niet-gelovigen. Niet alleen door een helpende hand, maar ook financieel.

Maatschappij

Rond gezin en werk zijn er veel maatschappelijke ontwikkelingen. Wat daarbij opvalt, is de veranderende opvatting rond de rol van vaders en moeders. Vaders zouden zich nog veel meer actief moeten bezighouden met hun rol als vader, onder meer door vaker thuis te zijn. Die grotere rol voor vaders lijkt er tot op heden vooral toe te leiden dat de moeder meer buitenshuis gaat werken. Vaders gaan niet massaal minder betaald werken. Deels komt dat doordat hiervoor nog onvoldoende arbeidsvoorwaardelijke mogelijkheden zijn. Maar het is ook een feit dat lang niet iedereen gebruikmaakt van de wettelijke mogelijkheden voor ouderschapsverlof: slechts 1 op de 10 vaders en 1 op de 5 moeders. De meest genoemde redenen zijn de nadelige financiële gevolgen, minder carrièreperspectieven of de onmogelijkheid ouderschapsverlof te combineren met het werk.

Het gat dat in het gezin ontstaat doordat moeder minder thuis is, terwijl vader nog niet minder gaat werken, wordt opgevuld door de kinderopvang.

Overigens neemt ook in de gereformeerde gezindte het aantal werkende ouders toe. Dat moeders betaald werk verrichten, raakt steeds meer ingeburgerd. Denk bijvoorbeeld aan de problemen om op één salaris een hypotheek te krijgen, terwijl bij de huidige rentestand het kopen van een woning goedkoper is dan huren. Vaders komen vaak nog niet verder dan een enkele ‘papadag’ thuis. Grootouders en andere familieleden worden steeds vaker ingeschakeld voor het opvangen van kinderen. Daarnaast zijn er initiatieven rond verantwoorde kinderopvang. In de toekomst kan de behoefte aan christelijke kinderopvang toenemen, omdat steeds meer (groot)ouders allebei werken. Het feit dat eenverdieners fiscaal benadeeld worden ten opzichte van tweeverdieners speelt daarbij een rol en eist zijn tol. Dit alles vraagt om een voortgaande bezinning op christelijke kinderopvang.

Tegelijk is er een andere beweging gaande. De grens tussen werk en privé vervaagt, onder meer doordat digitalisering thuiswerken mogelijk maakt. Maar steeds meer organisaties zien het belang van een goede, gezonde balans tussen gezin, zorgtaken en werk. Frankrijk gaat daarin het meest ver, daar wil men bijvoorbeeld mailen na werktijd verbieden. In Duitsland kregen werknemers van BMW al in 2014 het 'recht op onbereikbaarheid' op afgesproken tijden. Zelfs de Nederlandse werkgeversvereniging AWVN zegt nu dat het continu 'aan' staan een probleem kan vormen voor de gezondheid van werknemers. Samen met grote werkgevers zet de vereniging vooral in op het verminderen van digitale werkstress.

Politiek

Waar het laatste kabinet van Balkenende nog een minister voor Jeugd en Gezin benoemde, schrapte kabinet Rutte-I deze weer snel. Ook de kabinetten Rutte-II en III hadden geen aparte minister voor Jeugd en Gezin. Het gezin was ondergebracht op de afdeling ‘Gezin, werk en opvoeden’ van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Onder het huidige kabinet Rutte-III is het gezinsbeleid versnipperd over meerdere ministeries.

Arbeidsparticipatie vrouwen

Rutte-III streeft naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen op het gebied van arbeid en inkomen, lezen we in de Emancipatienota 2018-2021 van minister Van Engelshoven (29 maart 2018). De arbeidsparticipatie van vrouwen moet omhoog om vrouwen ‘economisch zelfstandig’ te maken. En alle drempels daarvoor moeten verwijderd worden. “Bewust of onbewust voelen vrouwen dat het ‘hoort’ dat zij meer tijd aan zorgtaken besteden. Mannen hebben juist het gevoel dat ze de belangrijkste kostwinner moeten zijn. (…) Het is mijn ambitie om de vanzelfsprekendheid van het huidige patroon te doorbreken zowel bij vrouwen als bij mannen, zeker bij de jongere generatie”, aldus Van Engelshoven.

Het gezin lijkt voor de overheid vooral een lastig obstakel. Een obstakel dat vrouwen tegenhoudt om meer te gaan werken. Voormalig minister Bussemaker bracht dat helder onder woorden toen ze zei dat vrouwen af moeten van “dat eeuwige schuldgevoel over hun gezin”. Vrouwen zouden zich volgens Bussemaker eerder schuldig moeten voelen “over het feit dat de overheid zoveel in ze heeft geïnvesteerd”. Met zulke uitspraken wordt een wig gedreven tussen gezinnen. Kinderen zijn daarbij kennelijk hinderpalen. Dergelijk emancipatiedenken heeft het gezin in een beklemmende houdgreep.

Kindregelingen

Nederland heeft in de afgelopen jaren een aantal bezuinigingen doorgevoerd die gezinnen raakt. In 2015 is het aantal kindregelingen teruggebracht van tien naar vier: kinderbijslag, kinderopvangtoeslag, inkomensafhankelijke combinatiekorting en het kindgebonden budget. Ook is de overheid vanaf 2009 bezig met het afbouwen van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting (ook wel denigrerend de “aanrechtsubsidie” genoemd) voor niet-werkende partners die na 1 januari 1963 geboren zijn.

Het huidige kabinet Rutte-III trekt extra geld uit voor kinderopvangtoeslag (250 miljoen euro per jaar), kinderbijslag (250 miljoen) en het kindgebonden budget (500 miljoen). Ook wordt er gewerkt aan een voorstel voor een nieuwe financieringssystematiek voor de kinderopvang, waarbij kinderopvanginstellingen direct vanuit het Rijk gefinancierd worden in plaats van via de ouders.

Verlofmogelijkheden bij geboorte kind

In de afgelopen jaren had een vader in Nederland recht op twee dagen betaald kraamverlof en drie dagen onbetaald (ouderschaps)verlof na de geboorte van zijn kind. Vanaf 2019 is dit uitgebreid: nu krijgen vaders een week geboorteverlof, uitbetaald door de werkgever (dus eenmaal de wekelijkse arbeidsuren – wanneer je 40 uur per week werkt, krijg je ook 40 uur geboorteverlof).

Verder hebben vaders (evenals moeders) recht op onbetaald ouderschapsverlof van in totaal 26 weken (anders gezegd: 26 keer het aantal werkuren per week), die zij in de eerste acht levensjaren van hun kind mogen opnemen. Vanaf 1 juli 2020 mogen partners maximaal vijf weken aanvullend geboorteverlof opnemen tegen 70 procent van het salaris als uitkering van het UWV.

De Europese Unie (EU) doet er nog een schepje bovenop (begin 2019): alle lidstaten worden in de toekomst verplicht om vaders minimaal tien dagen kraamverlof te geven na de geboorte van hun kind. Zij moeten over die periode minstens het loon doorbetaald krijgen dat wordt uitgekeerd bij ziekte. Verder wil de EU ouderschapsverlof uitbreiden naar vier maanden, waarvan twee maanden doorbetaald. De hoogte van de bijbehorende uitkering mogen lidstaten zelf bepalen.

Visie van de RMU

De opdracht om te werken heeft God zelf gegeven. Niet alleen betaalde arbeid, maar ook de onbetaalde zorg voor het gezin. Gezin en werk is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van beide ouders, maar mannen en vrouwen hebben wel onderscheiden roeping en plaats ontvangen. Deze Bijbelse visie is uitgewerkt in hoofdstuk 1 – Arbeid als opdracht.

Gezin

Het gezin is de plaats waar ouders en kinderen een duurzaam thuis vinden. De RMU hecht aan de grote waarde van het gezin voor de samenleving. Vader en moeder bieden hierin niet alleen een veilig thuis, maar ook een plaats waar waarden en normen worden overgedragen op nieuwe generaties. Zo ontstaat sociaal kapitaal voor de toekomst. Dit gezin staat onder grote druk. Individualisme waarbij ieder vooral het eigen geluk moet nastreven, is daar mede schuldig aan. De RMU vindt dat het fundamentele uitgangspunt bij overheidsbeleid moet zijn dat er ruimte blijft voor het maken van eigen keuzes.

Werk

Werk zorgt voor zingeving, ontplooiing en inkomen. Voor christenen is werk echter veel meer dan dat. We werken allereerst tot eer van God en vervolgens tot heil van onze naaste. En, niet voor niets tot slot, daarna voor ons levensonderhoud. Werk dient een hoger doel. Helaas wordt arbeid lang niet altijd zo beleefd. Werk is veelal verengd tot betaald werk en functioneert vaak als een keurslijf om te voldoen aan de talloze eisen die mensen zelf aan het leven stellen en die de maatschappij aan hen stelt. De tijdsdruk die betaald werk op mensen legt, beperkt de ruimte voor zorgarbeid en vrijwilligerswerk. Tegelijk zijn er ook gezinnen die niet kunnen rondkomen met één kostwinner. Om de kosten voor levensonderhoud te kunnen betalen, moeten zij als beide ouders betaald werk verrichten. Als zij hun tijd willen besteden aan de opvoeding van hun kinderen of het verlenen van mantelzorg blijkt dat als ‘gedwongen tweeverdieners’ heel lastig.

Gezin en werk

Het is daarom belangrijk om de balans tussen gezin, zorg en werk te herstellen. De RMU is niet principieel tegen arbeidsparticipatie van vrouwen, maar wel tegen de overheidsdwang om vrouwen aan het werk te krijgen. Het is belangrijk dat ouders de vrijheid krijgen om keuzes te maken die passen bij hun principes en bij de persoonlijke situatie. Wel pleit de RMU ervoor dat ouders hun verantwoordelijkheid samen nemen: opvoeding van kinderen is een gezamenlijke en primaire taak voor beide ouders. Tegen die achtergrond is het bewust en gezamenlijk maken van weloverwogen keuzes essentieel. Dit is volgens de RMU in lijn met de een Bijbelse visie op gezin en werk.

Flexibeler werktijden

Om gezin en werk beter te kunnen combineren is er meer flexibiliteit nodig, zowel bij werkgevers als werknemers. In dit kader is de RMU voorstander van flexibilisering van arbeidstijden, bijvoorbeeld door schooltijdbanen en het bieden van mogelijkheden voor thuiswerken.

Sollicitatieplicht voor alleenstaande bijstandsouders met jonge kinderen is voor de RMU taboe. Voorkomen moet worden dat deze ouders er niet meer voor hun kinderen kunnen zijn. Voor alleenstaande bijstandsouders met kinderen in de leeftijd tot twaalf jaar zou geen sollicitatieplicht, maar een scholingsrecht moeten gelden.

Flexibeler arbeidsparticipatie

Uit onderzoek blijkt dat stress steeds vaker de oorzaak is dat mensen uitvallen bij hun werk. Deze stress is deels een gevolg van het steeds moeilijker kunnen combineren van werk en zorg. En als allerlei regelingen niet goed op elkaar aansluiten – denk bijvoorbeeld aan school- en werktijden – dan is het voorstelbaar dat die stress verder toeneemt. Stress vormt ook een steeds grotere bedreiging voor de volksgezondheid. Dit kan grote gevolgen hebben voor een gezin en dat moeten we voorkomen. De RMU bepleit daarom flexibeler arbeidsparticipatie voor ouders. Dit kan door het beter faciliteren van een carrièrepauze, het verruimen van de mogelijkheden voor ouderschapsverlof of het bieden van een écht kindgebonden budget. Kortom: het voorop stellen van het gezinsbelang.

Ook bijscholing tijdens carrièrepauze

De RMU wil meer mogelijkheden voor ouders op het gebied van scholing en het bijhouden van vakkennis. Dit moet de drempel verlagen om tijdelijk voor een deel of helemaal te stoppen met werken ten bate van een gezond gezinsleven. Werkgevers hebben een verantwoordelijkheid bij de scholing van medewerkers. Om dat te stimuleren, ontvangen werkgevers vaak financiële voordelen voor het aanbieden van die scholing. Het gaat zowel om fiscale voordelen als middelen uit de O&O-fondsen. De sectorale O&O-fondsen bieden werkgevers financiële middelen voor het op peil houden van vakkennis bij medewerkers. Nu zijn het de werkgevers die een beroep doen op deze fondsen ten bate van de scholing van hun werknemers. De RMU wil deze voordelen ook beschikbaar stellen voor ouders die tijdelijk geen betaald werk verrichten vanwege de gezinssituatie. Dit maakt het voor ouders makkelijker om een carrièrepauze in te lassen zonder dat de afstand tot de arbeidsmarkt toeneemt door scholingsachterstand. Zij kunnen hun vakkennis dan weer op peil brengen voor het einde van het verlof. Mensen blijven zo voor de langere termijn behouden voor een bedrijf of branche. Om misbruik te voorkomen, is het belangrijk om hiervoor een goed systeem op te zetten. Het puntensysteem dat in verschillende sectoren gebruikt wordt, kan hierbij als voorbeeld dienen. De RMU pleit ervoor om de mogelijkheden hiervoor nader te onderzoeken.

Ruimer verlof bij geboorte kind

Uitbreiding van de verlofmogelijkheden bij de geboorte van een kind zou voor veel jonge ouders een uitkomst zijn. Niet zozeer omdat beide ouders dan meer kunnen werken, maar omdat ouders van (pasgeboren) kinderen op deze wijze meer ruimte krijgen om gezin en werk in balans te houden, juist in een bijzondere levensfase na de geboorte van een kind. Dat is zonder meer winst voor ouder en kind. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat het voor kinderen gedurende hun eerste levensjaar het beste is om thuis verzorgd te worden. De stress van opvang elders kan op latere leeftijd tot problemen leiden[1]. Investeren in jonge kinderen is daardoor ook investeren in de samenleving als geheel.

De RMU vindt het een goede stap dat het vaderschapsverlof in opdracht van de EU is uitgebreid van twee naar vijf betaalde dagen en straks verder wordt uitgebreid naar tien betaalde dagen. De RMU vindt dat deze extra verlofdagen niet door de werkgevers, maar uit de algemene middelen, bijvoorbeeld het UWV, betaald moet worden. Ook is de RMU blij met het aanvullend geboorteverlof van vijf weken met een UWV-uitkering van 70 procent van het salaris.

De RMU pleit voor voldoende ruimte en flexibiliteit voor het maken van eigen, passende keuzes. Daarom is het fijn dat vaders de vrijheid krijgen om de week geboorteverlof in de eerste vier weken na de bevalling op te nemen, bijvoorbeeld als de kraamzorg weg is. Dat geldt ook voor de vijf weken aanvullend geboorteverlof: die kan in het eerste half jaar na de geboorte worden opgenomen, op een moment wanneer dit voor het gezin het beste uitkomt.

De RMU vindt de huidige regeling voor ouderschapsverlof, waarbij ouders 26 keer de arbeidsduur per week onbetaald ouderschapsverlof kunnen opnemen, een goede regeling. In totaal betekent dit, als ouders kiezen om dat na afloop van het zwangerschapsverlof (6 weken) en het bevallingsverlof (10 weken na de bevalling) aansluitend en na elkaar op te nemen, ruim een jaar volledig verzorgd kan worden door één van de ouders.

Het vervangen van de huidige regeling voor onbetaald ouderschapsverlof door de nieuwe EU-richtlijn, namelijk vier maanden waarvan twee betaald, vindt de RMU daarom een stap te ver. Bovendien wordt dit een forse kostenpost en op dit moment is onduidelijk wie die rekening moet gaan betalen. De RMU vindt dat dit niet door de werkgevers, maar uit de algemene middelen, bijvoorbeeld het UWV, betaald moet worden.

Bestedingspakket Kinderen

Om het betaalde ouderschapsverlof te bekostigen, zou de meest objectieve en solidaire regeling zijn om de beschikbare gelden voor kinderopvang eerlijk te gaan verdelen over alle kinderen, dus via de kinderbijslag of de kindgebonden regeling ongeacht of zij van kinderopvang gebruik maken. Anders gezegd: creëer een bestedingspakket voor kinderen door het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag samen te voegen tot een Bestedingspakket Kinderen. Zo ontvangen ouders financiële ruimte in hun portemonnee om onbetaald ouderschapsverlof te kunnen opnemen. Bovendien vergroot dit de vrijheid om persoonlijke keuzes te maken, want het Bestedingspakket Kinderen is bedoeld voor alle ouders, ongeacht of zij een- of tweeverdiener zijn en ongeacht of zij van kinderopvang gebruikmaken. Op deze manier is een ouderschapsverlof waarbij het salaris wordt doorbetaald niet nodig.

Een deel van het ouderschapsverlof kan ook betaald worden vanuit algemene middelen, bijvoorbeeld door een uitkering te geven van het UWV, maar vanwege de financiële consequenties heeft de invoering van het genoemde Bestedingspakket Kinderen de voorkeur.

Daarnaast roept de RMU werkgevers en werknemers op om met de overheid nadere afspraken te maken over eventueel betaald ouderschapsverlof, zoals in het onderwijs, waar een deel van het ouderschapsverlof betaald verlof betreft.

De RMU pleit ervoor de ouderschapsverlofkorting te laten voortbestaan. Zodoende krijgen ook ouders die van hun werkgever geen (gedeeltelijke) doorbetaling krijgen tijdens het ouderschapsverlof, een financiële compensatie.

Geen keuzedwang, wel keuzevrijheid

Het is belangrijk dat ouders de vrijheid houden om keuzes te maken die passen bij hun principes en bij de persoonlijke situatie. Fiscale drukmiddelen om bijvoorbeeld de arbeidsparticipatie van vrouwen en/of het tweeverdienersschap te stimuleren, zijn daarbij niet alleen deels achterhaald en ineffectief maar ook ongewenst. De overheid gaat niet over de keuze wie van de ouders (on)betaald werk verricht en voor hoeveel uren in de week. De RMU wil geen keuzedwang, maar keuzevrijheid. Ook als het gaat om gezinnen waarin de ouders noodgedwongen moeten werken om in hun levensonderhoud te voorzien. Dan is keuzevrijheid een betrekkelijk begrip.

Overigens raakt de fiscale benadeling van eenverdieners niet alleen christenen: onderzoek van de SGP liet zien dat het aantal eenverdieners juist onder de kiezers van alle politieke partijen even hoog is, nl. rond de 20 procent.

De RMU is blij dat het kabinet Rutte-III het toenemende verschil in koopkracht tussen één- en tweeverdieners een halt toeroept, maar de kloof in belastingdruk blijft ongekend groot. De RMU wil dat het kabinet meer maatregelen neemt om de belastingdruk voor gezinnen met één inkomen te verlichten.

De RMU is blij dat dit kabinet (eenverdieners)gezinnen tegemoetkomt met de verhoging van het kindgebonden budget, maar pleit ook voor een kindgebonden budget dat ouders naar eigen inzicht kunnen besteden aan kinderopvang binnen of buiten het gezin, door één van de ouders of door een willekeurige andere deskundige. De RMU vindt dat alle beschikbare gelden voor kinderopvang eerlijk herverdeeld moeten worden via een inkomensafhankelijk kindgebonden budget. Oneigenlijk gebruik is hiermee uitgesloten en het maakt de kosten voor kinderopvang beheersbaar. Een dergelijk budget ziet de RMU als een belangrijke voorwaarde om keuzevrijheid ook financieel mogelijk te maken.

Minister voor Jeugd & Gezin

Goed gezinsbeleid is niet alleen een kwestie van meer geld. Het is ook een kwestie van de juiste prioriteit. Het gezinsbeleid in Nederland is versnipperd over zowel de beleidsvelden sociale zaken als gezondheidszorg. Hierdoor worden gezinszaken snel in de sfeer getrokken van arbeidsparticipatie of jeugdzorg. Dit is veel te eenzijdig, het gezin verdient beter. Bovendien blijven bijvoorbeeld fiscale aspecten nu sterk onderbelicht. De RMU is daarom voor een minister voor Jeugd en Gezin. Zo krijgt gezinsbeleid niet alleen meer aandacht, maar is er ook een meer integrale en evenwichtige benadering mogelijk.


Bronnen:

  • [1] E.M. Albers – The challenges of childcare for very young infants (dissertatie), RU Radboud Universiteit Nijmegen, 2010
  • G.A. Kooy – Gezinsgeschiedenis, vier eeuwen gezin in Nederland
  • W. ter Horst – Christelijke Encyclopedie
  • Prof. U. Reinhardt – onderzoek Stiftung für Zukunftsfragen
  • R. Bregman – De Correspondent, De oplossing voor (bijna) alles: minder werken
  • E.M. Albers – The challenges of childcare for very young infants (dissertatie), RU Radboud Universiteit Nijmegen, 2010
  • C. de Weerth – Everything for your baby. Requirements for a good life (oratie), RU Radboud Universiteit Nijmegen, 2015
  • M. Eerkens en E. Poerink – De Correspondent, De Gezins(s)top
  • A.E. Komter en C.M. Knijn – The strength of family ties. In: Dykstra, P.A., M. Kalmijn, G.C.M. Knijn, A.E. Komter, A.C. Liefbroer en C.H. Mulder, Family solidarity in The Netherlands. Dutch University Press, Amsterdam, 2006
  • CBS – Familiesolidariteit: hulp aan ouders en kinderen, 2015
  • Nico van der Voet – Pa, wees een vent!, 2013
  • Minister Van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) - Emancipatienota 2018-2021 ‘Principes in praktijk’ van), 29 maart 2018
  • VVD, CDA, D66 en ChristenUnie - Regeerakkoord 2017-2021 ‘Vertrouwen in de toekomst’, 10 oktober 2017
  • SCP – Emancipatiemonitor 2018
  • CBS – Diverse cijfers over huishoudens, gezinnen, etc.
  • Onderzoek Radboud Universiteit: https://www.ru.nl/nieuws-agenda/vm/2019/februari/vrouw-hoger-salaris-negatief-relatie en https://www.volkskrant.nl/wetenschap/stellen-gelukkiger-als-man-kostwinner-is~b15583cd/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

Volg ons op Instagram voor inspiratie tijdens je koffiepauze.

Volg ons: rmu.nu