Terug naar Ondernemersnieuwsbrief
Wetswijzigingen 1-1-2026
Met ingang van 1 januari 2026 wijzigt het volgende:
- Stijging minimumloon. Per 1 januari 2026 is het minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder €14,71 per uur.
- Loonkostenvoordeel voor oudere werknemers vervalt. Werkgevers kunnen geen loonkostenvoordeel meer ontvangen voor werknemers die vanaf 2024 bij hen in dienst zijn getreden. Voor werknemers die voor 1 januari 2024 in dienst zijn getreden blijft loonkostenvoordeel gelden.
- Belastingvrije reiskostenvergoeding blijft gelijk. De belastingvrije reiskostenvergoeding blijft in 2026 hetzelfde als in 2025, namelijk €0,23 per kilometer. Ondanks stijgende brandstofprijzen en inflatie wordt de onbelaste vergoeding voor reizen niet hoger.
- Verhoging thuiswerkvergoeding. Per 1 januari 2026 wordt de maximale onbelaste vergoeding voor thuiswerken verhoogd naar €2,45.
- Tijdelijke verlenging beslistermijn WIA-, eindewachttijd- en herbeoordelingen. De formele termijn is op dit moment acht weken. Door een tekort aan verzekeringsartsen en een toenemend aantal aanvragen haalt het UWV dit meestal niet. Vandaar dat er nu een tijdelijke regeling is ingesteld waarbij de beslistermijn van acht naar zestien weken gaat.
Daarnaast staat er voor 2026 een aantal grotere wijzigingen op de planning:
- Drempelvrijstelling voor RVU’s blijft bestaan. Het kabinet is van plan om de drempelvrijstelling voor RVU’s (Regeling voor Vervroegd Uittreden) aan te houden in 2026. Wanneer de uitkering onder dit drempelbedrag blijft hoeft de werkgever geen RVU-heffing te betalen. Het drempelbedrag wordt in 2026 verhoogd tot €2.573,- per maand.
- Compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid stopt mogelijk voor grote werkgevers. Werknemers die na 2 jaar ziekte worden ontslagen, hebben recht op een transitievergoeding. Op dit moment wordt de transitievergoeding na 2 jaar ziekte voor alle werkgevers gecompenseerd door het UWV. Er ligt een wetsvoorstel om dit te veranderen. Werkgevers met meer dan 25 werknemers in dienst krijgen de transitievergoeding na 2 jaar ziekte vanaf 1 juli 2026 naar verwachting niet meer gecompenseerd naar het UWV.
- Uitzendkrachten. De wetgever wil dat uitzendkrachten gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden ontvangen als medewerkers die in vaste dienst zijn bij de inlener. De verwachting is dat dit per 1 juli 2026 wettelijk is vastgelegd. Deze afspraak is ook opgenomen in de cao Uitzendkrachten. Deze cao is per 1 januari 2026 geldend. Is deze cao van toepassing, dan hebben uitzendkrachten per 1 januari 2026 al recht op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden.
- Wetsvoorstel over lagere bijtelling in 2026 voor elektrische auto’s. Het kabinet was van plan om de bijtelling voor elektrische auto in 2026 gelijk te trekken met de bijtelling voor auto’s op fossiele brandstoffen. In de Tweede Kamer is een amendement aangenomen waarin staat dat de bijtelling voor elektrische auto’s pas op 1 januari 2028 gelijk wordt getrokken. Voor 2026 geldt een bijtelling 18 procent, voor 2027 een percentage van 20 procent en vanaf 2028 is de bijtelling 22 procent. De Eerste Kamer moet nog stemmen over dit wetsvoorstel. Of dit definitief wordt, moet dus nog blijken.
- Belastingdienst en handhaving schijnzelfstandigheid. Per 1 januari 2026 eindigt de overgangsperiode voor de handhaving van schijnzelfstandigheid. Dat betekent dat de Belastingdienst ook boetes zal opleggen wanneer er sprake is van schijnzelfstandigheid. Vanaf 2026 kan de Belastingdienst ook naheffingen voor loonheffing opleggen. Dit kan slechts met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025.
Bovendien treedt naar verwachting op 1 juli 2026 de Wet VBAR inwerking. Deze wet vervangt de DBA en heeft als doel het onderscheid tussen werknemers en zelfstandigen te verduidelijken.